Het is toch een ongeschreven wedstrijdje tijdens de
wintersport; vallen mag, maar eigenlijk niet als eerste. Wat ik deed
kan je amper vallen noemen. Aangezien de meningen verschillen over wat
nu
precies vallen is, kwamen wij tot de volgende bondige definitie; Vallen is als je
benen hoger zijn dan je hoofd.
Nadat ik een keer over de kop ging op de rode piste kon ik, al
schuivend over mijn buik en met mijn gezicht naar de helling, alleen nog
machteloos toekijken. Ski bleef liggen, ik niet. Maar met geheven hoofd gleed
ik af. Aangezien de helling stijl was, bevond mijn hoofd zich duidelijk hoger dan
mijn voeten. Echt vallen kan je het dus niet noemen.
Of die keer dat ik fanatiek, laag aan de grond, als een
echte prof, gecontroleerd en met grote snelheid de piste bedwong. Waarna ik
nonchalant over mijn eigen stok zoefde. Beetje dom, maar echt vallen kan je het
niet noemen natuurlijk.
Totdat…
Het was sneeuwachtig toen we de piste inruilde voor een
middagje sleeën. Een kwartiertje geinig vermaak werd een middag gruwelijk
leedvermaak. Ten koste van mij natuurlijk. Ik had de afdaling zwaar onderschat.
Een beetje geproportioneerd rodelen á la Duinrell, waar je als vanzelf op de baan gehouden
wordt. Hoe snel je gaat hangt af van je eigen lef. Zoiets. Niets van dit alles.
Bocht na bocht ging ik over de kop (leuk voor de toeschouwers), over de
afbakening (weet de rest ook waar ze níet moeten zijn), nam ik tussen de benen
paaltjes mee (krijgen die ook nog eens aandacht) en hapte ik als een echte
sneeuwschuiver lagen sneeuw weg (heeft de volgende wat meer ruimte – sympathiek). Regelmatig
werd ik enthousiast aangemoedigd: ‘Ga jij maar eerst Jude’ en net zo vaak werd
ik hardlachend ingehaald als ik weer met mijn voeten omhoog tegen een berg
aanlag. Na anderhalf (!) uur had ik het eindelijk onder de –beurse- knie. Het ‘Wie
remt is een mietje’ had ik helemaal niet serieus moeten nemen. ‘Pompend remmen’,
díe had ik dan wel weer echt moeten geloven. Ook continue de rem erop houden
was niet aan mij besteed. Waar ik weer wel in geloofde was ‘hoofd en voeten
tegelijk richting het bier’.
Loser van de rit, held van het vermaak.
Oke, ik ben dan wel gevallen, maar ik was tenminste niet de eerste. En dit had ik niemand willen
onthouden. Daar heb ik wel een paar blauwe plekken voor over.
There's
nothing you can do that can't be done […]
Nothing you
can say but you can learn how the play the game
It's easy
-The Beatles- |